<rss version="2.0">
 <channel>
  <title>Storage Magazine Blog</title>
  <link>http://www.storagemagazine.nl</link> 
  <description>Storage Magazine Blogs RSS</description>  
  <copyright>(c) Array Publications</copyright>  
  
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/67341/The-new-storage-powerhouse-"]]></guid>
    <title><![CDATA[The new storage powerhouse?]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Dell luistert naar zijn klanten. Als de klant thin provisioning wil, dan krijgt hij thin provisioning. Ook al moet de veelgeplaagde Michael Dell daarvoor diep in de buidel tasten. Het Texaanse Dell bood 18 dollar per aandeel 3PAR, oftewel bijna het dubbele van de slotkoers van 9,65 dollar op 13 augustus jongstleden. In totaal was hier een slordige miljard dollar mee gemoeid. Dell wilde het huzarenstukje dat het leverde met EqualLogic minimaal evenaren. In krap drie jaar tijd steeg de jaaromzet van deze iSCSI-SAN-leverancier onder de hoede van Dell spectaculair van 100 miljoen naar 800 miljoen dollar. Dell is sowieso actief aan het overnamefront. Eerder telde het 3,9 miljard dollar neer voor Perot Systems en slokte het Exanet, Kace en Ocarina als lunchhapjes naar binnen. &lsquo;Dell zou wel eens kunnen uitgroeien tot the new storage powerhouse&rsquo;, zo suggereerde David Fellante op <a target="_blank" href="http://wikibon.org/blog/why-3par-is-selling-now">www.wikibon.org</a> enigszins voorbarig. Want voor het zover is, moeten er nog wel enkele hobbels worden genomen. Inmiddels is er een ware bidding war uitgebroken. HP bood 23 augustus jongstleden maar liefst 24 dollar per aandeel 3PAR. Een bod dat 33 procent hoger ligt dan dat van Dell. Dat leek in eerste instantie op een knockout bid, maar Dell heeft al laten doorschemeren zich hierbij niet te willen neerleggen. Gaat Dell vandaag al met de billen bloot?<br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Thu, 26 Aug 2010 11:59:42 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/67341/The-new-storage-powerhouse-]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/65206/Gezonde-concurrentie"]]></guid>
    <title><![CDATA[Gezonde concurrentie ]]></title>
    <description><![CDATA[<p>&quot;De relatie tussen concurrentie en innovatie is niet eenduidig. Concurrentie kan innovatie stimuleren, maar ook ontmoedigen&quot;, zo concludeerde dr. Henry van der Wiel onlangs in zijn proefschrift dat hij verdedigde aan de Universiteit van Tilburg. Van der Wiel ontwikkelde een nieuw, nauwkeuriger meetinstrument voor concurrentie: de winstelasticiteit. Volgens de nieuwste wetenschappelijke inzichten kan het verband de vorm van een omgekeerde U aannemen: tot een zeker niveau zet meer concurrentie bedrijven aan tot innoveren maar bij (te) veel concurrentie investeren bedrijven juist weer minder in innovatie. De nieuwe indicator, winstelasticiteit, stoelt op het idee dat een toename van concurrentie doordat bedrijven sterker op elkaar gaan reageren ook het verschil in winstgevendheid tussen efficiënte en inefficiënte bedrijven vergroot. &quot;Een goed werkende markt vereist gezonde concurrentie&quot;, zo redeneren ze bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Tot zover de theorie. Nu de praktijk. Na jarenlang bijna de gehele Nederlandse zakelijke markt voor servervirtualisatie in handen te hebben gehad, krijgt VMware nu steeds meer concurrentie. In mei van dit jaar had VMware een aandeel van 87 procent in de installed base in Nederland. Met acht procent neemt Microsoft de tweede plaats in. Nieuwkomer Citrix heeft vijf procent van de installed base in handen. Zo blijkt uit een analyse van Computer Profile Benelux op basis van interviews met meer dan zesduizend Nederlandse vestigingen met vijftig of meer medewerkers.</p>
<p><strong>Taart<br />
</strong>In 2009 bedroeg het aandeel van VMware nog 94 procent, had Microsoft vijf procent in handen en bedroeg het aandeel van Citrix nog maar één procent. Dit betekent volgens de onderzoekers echter niet dat de positie van VMware verslechterd is. Hoewel het aandeel in de taart kleiner is geworden, wordt de taart zelf nog altijd elk jaar aanzienlijk groter. Met VMware hoeven we dus absoluut geen medelijden te hebben. In 2008 groeide het aantal Nederlandse sites met VMware servervirtualisatie met meer dan 130 procent. In het afgelopen jaar nam het aantal vestigingen met servervirtualisatiesoftware van VMware toe met circa 63 procent. VMware, een van de meest succesvolle acquisities van moederbedrijf EMC ooit, blijft, met een omzet van 2 miljard dollar in 2009, meer dan 170.000 klanten en 25.000 partners, marktleider op het gebied van virtualisatie. Ook in het eerste kwartaal van 2010 boerde VMware goed. De omzet steeg met 34 procent vergeleken met het eerste kwartaal van 2009 en bedroeg in totaal 632 miljoen euro. Maar de concurrentie zit niet stil.</p>
<p><strong>Telecom</strong><br />
Van de Nederlandse vestigingen met vijftig of meer medewerkers maakte begin 2008 minder dan één procent gebruik van virtualisatiesoftware van Microsoft, begin 2009 bedroeg dat een kleine anderhalf procent. In de periode Q2 2009 - Q2 2010 is dit percentage verdubbeld naar 3,5 procent van alle sites. Op brancheniveau is de penetratie Microsoftvirtualisatie het hoogst bij IT- en&nbsp; telecomorganisaties (12 procent), het onderwijs (8 procent) en de financiële sector (5 procent). Kijkend naar de omvang van organisaties en het gebruik van Microsoftvirtualisatie blijkt dat de kracht van Microsoft momenteel voornamelijk bij kleinere organisaties zit. Bij sites tot honderd medewerkers is het aandeel in de installed base twaalf procent. Bij het stijgen van het aantal medewerkers on site neemt dit percentage langzaam af.</p>
<p><strong>Vliegende start</strong><br />
Citrix is een relatieve nieuwkomer op de markt voor virtualisatie. De overname van XenSource eind 2007 gaf Citrix op technologisch gebied een vliegende start op de virtualisatiemarkt. Met haar producten op het gebied van application delivery kende Citrix al een sterke aanwezigheid in de Nederlandse zakelijke markt. Deze combinatie zorgt volgens de onderzoekers van Computer Profile Benelux voor een goede uitgangspositie bij de positionering van de virtualisatieproducten. Aan het begin van 2009 gaf iets minder dan één procent van de Nederlandse vestigingen aan gebruik te maken van virtualisatie van Citrix. Een jaar later is dat meer dan verdubbeld naar 2,3 procent. Virtualisatieoplossingen van Citrix worden relatief vaak ingezet in het publieke domein en dan met name in de zorgsector. In de kleine twee jaar dat Citrix actief is op de virtualisatiemarkt heeft ze een aandeel in de installed base weten te bemachtigen van vijf procent. Dat is knap.</p>
<p><strong>Conclusie</strong><br />
VMware is nog steeds het grootst, maar de concurrentie krijgt een steeds grotere footprint. Dat lijkt mij uit concurrentieoogpunt een gezonde ontwikkeling.<br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Wed, 30 Jun 2010 23:16:00 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/65206/Gezonde-concurrentie]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63602/Virtual-restore"]]></guid>
    <title><![CDATA[Virtual restore]]></title>
    <description><![CDATA[Storage is interessant, back-up is vervelend, maar herstel is traumatisch. Veel organisaties zijn nu op het punt aangekomen dat het een week of langer kost om alle data te herstellen. Met een volumegroei van tientallen procenten per jaar duurt het niet lang meer of de curator arriveert voordat alle data terug is gezet. Het maakt nauwelijks uit of de back-up op tape of disk staat. De herstelsnelheid wordt voornamelijk bepaald door de snelheid waarmee we het SAN of NAS kunnen vullen. Met snapshots en replicatie zorgen we dat veel problemen zonder herstel kunnen oplossen. Daarmee reduceren we de kans dat we een volledige restore moeten doen. Mooi, maar er blijven altijd situaties over waarin we er niet omheen kunnen om alle vijftig of vijfhonderd terabyte van het back-upmedium terug te kopiëren naar SAN of NAS. Dat duurt nu, of anders over een paar jaar, langer dan we ons kunnen veroorloven. We hebben een radicaal andere herstelmethode nodig. <br />
<br />
<strong>Plan<br />
</strong>Dit is het plan. We maken een back-up naar disk. Geen VTL (virtual tape library), maar echte random-access disks. Wellicht gebruiken we daarbij de snapshottechniek om verschillende generaties back-up paraat te hebben, maar essentieel is dat niet. Tussen primaire en back-up storage hebben we een snelle verbinding, Fiber Channel of iSCSI over 1G of 10G Ethernet. De back-up storage staat uiteraard op veilige afstand van de primaire storage. Als een enkel LUN, een groep LUN's of álle LUN's onbruikbaar zijn geworden (door brand, een fout in de storagesoftware of een massale virusuitbraak) en de lokale snapshots ons ook niet meer kunnen helpen, beginnen we met het herstel. We koppelen nieuwe, lege LUN's aan de overeenkomstige back-up LUN's en starten de servers en applicaties. We zijn weer in de lucht! Die koppeling werkt als volgt: als een server een blok wil lezen, wordt er in een tabel gekeken of dat blok al op de primaire storage staat. Zo niet, dan wordt het blok van de back-up gehaald, op het primaire LUN geschreven en aan de server geleverd. Na enige tijd staan er steeds meer blokken al op de primaire storage, die dan direct worden uitgeleverd. Als een server een blok wil schrijven, wordt dat alleen op de primaire storage geschreven; de back-up is read-only. Wel wordt in de tabel genoteerd dat dit blok niet meer van de back-up hoeft te komen. Verder is er een hulpproces dat met lagere prioriteit alle nog ontbrekende blokken van de back-up naar primaire storage kopieert. Het effect van deze methode is dat servers en applicaties heel snel weer in de lucht zijn, zij het aanvankelijk met verminderde prestaties. Die prestaties verbeteren van uur tot uur en zitten lang voordat alle data is hersteld, weer op 90 procent van normaal. In feite fungeert onze primaire storage tijdelijk als een cache van de back-up. En zoals bij elke cache hoeft alleen de workingset, de verzameling actief gebruikte blokken, in het cache te staan om vlot te kunnen werken. De workingset is slechts een fractie van het totaal, enkele procenten voor file servers tot tientallen procenten voor databases. Over alle LUN's gemiddeld genomen is de workingset voor een storagesysteem dat voor gemengde toepassingen wordt gebruikt, minder dan 10 procent. Als het een week kost om alle data terug te zetten, kunnen de gebruikers binnen een etmaal normaal werken. Misschien beperken we ons de eerste uren tot de meest kritieke gebruikers. Het belangrijkste voordeel is dat de gebruikers veel sneller weer door kunnen werken dan met methoden waarbij eerst volledige LUN&rsquo;s worden teruggezet, voordat de servers en applicaties weer toegang krijgen.<br />
<br />
<strong>Methoden</strong><br />
Er zijn methoden om gegevens in klassen te verdelen om vervolgens de belangrijkste data als eerste terug te zetten, maar die methoden werken op basis van hele LUN's of files en vergen actief beheer. En het risico blijft altijd bestaan dat er toch een bestand ontbreekt dat op dat moment belangrijk is. De hier beschreven methode, die we virtual restore zouden kunnen noemen, bepaalt automatisch welke blokken in welke volgorde moeten worden hersteld. Bovendien kan deze methode door het primaire storagesysteem worden uitgevoerd, zonder specifieke ondersteuning door het back-upplatform. Dat kan dus een ander merk en model zijn. Als het maar read-only LUN's of snapshots aan het primaire systeem kan presenteren. Het zou zelfs een NFS- of CIFS-server kunnen zijn, waar de back-up images als grote files op staan. Dat is belangrijk, omdat een van de mogelijke oorzaken van het falen van het primaire storagesysteem een fout in de storagefirmware is. Je wilt natuurlijk niet dat diezelfde fout ook je back-upsysteem onbruikbaar maakt<br />]]></description>
    <pubDate>Wed, 28 Apr 2010 15:42:46 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63602/Virtual-restore]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63252/Corporate-bad-guys"]]></guid>
    <title><![CDATA[Corporate bad guys]]></title>
    <description><![CDATA[<p>A few weeks ago, on the advice of friends of mine in the marketing and PR business, I joined the masses who use Twitter as a method of social networking. I wasn&rsquo;t sure what to expect, having had bad experiences in the week or two that I had a Facebook page up and running.I was less than enthusiastic, but my friends told me that I was &ldquo;hurting my brand&rdquo; by not opening up this avenue of interaction with readers of my work. I am not sure that I have a &lsquo;brand&rsquo; or even what a brand is, but I took the plunge. Among the first exchanges in which I found myself involved, I encountered a seemingly knowledgeable storage consultant. Apparently, I had provoked him with a general assertion I tweeted to the world. It was the simple observation that we could buy back up to 70 per cent of the capacity of every disk drive we already own if we just got serious about data management. <br />
<br />
<strong>Dark storage</strong><br />
By data management, I was referring to three things. First, using storage resource management tools to spot &lsquo;dark storage&rsquo; (allocated but forgotten), stale and orphan data needlessly occupying disk, and capacity holdbacks deliberately placed on our arrays by vendors. Second, applying some &lsquo;data hygiene&rsquo; to get rid of contraband and junk files. And third, implementing intelligent archiving to data that we need to retain but never reference and move it off the spinning rust and onto green media like tape or optical. <br />
<br />
<strong>Tape library</strong><br />
This idea was at the front of my mind because of some interesting discussions I had recently enjoyed with Novell regarding their outstanding Novell File Management Suite, with Spectra Logic regarding their amazing T-Finity tape library, and with FujiFilm and IBM regarding the application of perpendicular magnetic recording to new barium&ndash;ferrite-coated tape media that will shortly yield an LTO-style cartridge with a 35 TB capacity. It seemed to me that soon the technology would become available that might enable us to make a meaningful adjustment in the costly storage capacity growth curve that virtually all companies are confronting today. This tweet had no sooner issued from my TweetDeck into the ether of twit-dom when it caught the attention of this consultant. I don&rsquo;t remember his &lsquo;brand&rsquo;, so I will call him Jean-Baptiste Emanuel Zorg&mdash;or Zorg for short. Zorg, as those of you who may recall the 1997 action-scifi motion picture <em>The Fifth Element</em> will know, was the quintessential corporate bad guy. He argued that destruction, disorder and chaos were the foundations of the good life. In the Luc Besson film, Zorg pushes a glass off the edge of a table, shattering it into pieces, which results in many small robots activating to clean up the mess. He notes that destruction creates the need for these robots. The robots themselves represent jobs for hundreds of engineers and technicians, food and education for their families, and many other attributes of the good life. <br />
<strong><br />
Destruction</strong><br />
Destruction, he concluded, has a very positive outcome. I call the fellow who tweeted me &lsquo;Zorg&rsquo; because he was making essentially the same case as the Gary Oldman character. He chastised me about my tweet, which encouraged people to reclaim their storage capacity by managing their data better. If everyone did this, he argued, the storage industry would come to a grinding halt. People would stop buying storage wares at the clip they are today, profits would decline, workers at OEMs would lose their jobs, innovation in storage (like my &lsquo;Twitter brand&rsquo;, though I&rsquo;m still not sure I know what that means) would come to a halt, dogs and cats would sleep together, and Armageddon would result. <br />
<br />
<strong>Overpriced </strong><br />
Today, I hear Zorg when I listen to a storage OEM talk about on array tiering. It&rsquo;s a non-granular way of moving anonymous bits around between tiers of overpriced high-speed low-capacity disk and slower-speed high-capacity disk to make room for more anonymous bits. I hear Zorg when a vendor extols on-array thin provisioning or, in other words, over-provisioning the capacity of spindles. I hear him in many pitches by deduplication vendors who want to sell me a box of commodity spindles, enhanced by their controller functionality, for a thousand times the price of the raw drives themselves. Frankly, I don&rsquo;t know or care what the impact would be of better data management practices on the fortunes of a storage industry run by the Zorgs of the world. As a business consumer, my top line should be as important to me as my vendor&rsquo;s top line growth is to him.</p>]]></description>
    <pubDate>Thu, 15 Apr 2010 14:17:11 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63252/Corporate-bad-guys]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63248/Cloudallergie"]]></guid>
    <title><![CDATA[Cloudallergie]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Er zijn twee zaken waar ik tegenwoordig uitslag van krijg: de cloud en de politiek. Toen ik vol met rode vlekken in mijn nek bij de huisarts kwam, adviseerde hij me om het wat rustiger aan te doen en meer tijd aan mijn gezin te besteden. Over de politiek zal ik me hier niet opwinden, dan spelen mijn bultjes te zeer op. Maar dat ik het te kwaad krijg van de cloud, dat is iets waar wellicht meer mensen in de storagebranche last van hebben. Als storageadviseur en IT-architect kom ik bij veel bedrijven over de vloer en daar zijn ze met hele andere dingen bezig. <br />
<br />
<strong>Pleistermanagement</strong><br />
Veel ondernemingen komen niet verder dan pleistermanagement: het overwinnen van de dagelijke incidenten. Sommige bedrijven hebben problemen met hun back-upvoorziening, omdat de back-upwindow niet meer past. Elders worden de restoretijden niet meer gehaald, waardoor de afgegeven garanties aan de business (vaak uitgedrukt in RPO- en RTO-tijden) in gevaar komen. Velen proberen zulke problemen dan op te lossen met kunstgrepen, bijvoorbeeld via een deduplicatiedevice. Pas als men zich realiseert dat dit op termijn extreem duur uitpakt, gaat het roer echt om. Nieuwe technieken bieden nieuwe mogelijkheden. Die zijn alleen te benutten als je afstapt van hoe je het vroeger deed. Slechts een enkeling is zo verstandig om een pas op de plaats te maken en een strategie en een visie te ontwikkelen voor de komende jaren. Dit vereist een inventarisatie van wat men heeft, wat de pijnpunten zijn, waar men naartoe moet en welke technieken zich daarvoor lenen. Daarbij kijk je vooral naar proven technology. Cloudtechnologie kunnen we daar, ondanks de lobby van het clubje EuroCloud, nog lang niet toe rekenen.<br />
<br />
<strong>Populisme</strong><br />
IT -populisme neemt bizarre proporties aan In mijn adviezen zult u de cloud voorlopig nog niet tegenkomen. Natuurlijk behoor ik tot het ras der dinosauriërs, net als veel van mijn collega&rsquo;s in binnen- en buitenland. Wij hebben dit soort verhalen al zo vaak gehoord en denken dat het wel weer overwaait. Daarmee wek ik misschien ten onrechte de indruk dat wij dino&rsquo;s star zijn en vernieuwing tegenwerken. Niets is minder waar, ook zonder die nieuwe paradigma&rsquo;s zijn er zat innovaties in de IT en is er genoeg te doen. De hypevolgers realiseren zich onvoldoende dat opgeslagen informatie voor bedrijven van levensbelang is: daar kan en mag je niet mee gokken! De kosten die je daaraan besteedt zijn maar relatief klein, als je bedenkt dat het bedrijf bij verlies van deze data tot faillissement is gedoemd. Als mijn gegevens weg zijn, heb ik niets aan die prachtige SLA met dat gouden randje en die hoge boeteclausule. Voorlopig zijn er nog te veel mitsen en maren bij het cloudverhaal. Kijk alleen al naar de bedenkingen die de diverse securityorganisaties opperen. <br />
<br />
<strong>Cloud</strong><br />
Voorstanders van de cloud richten zich enkel op de kosten en wenden zich vooral tot hen die dáár alleen verstand van hebben. De cloud is een vorm van IT-populisme die inmiddels bizarre proporties aanneemt. Hiermee wil ik overigens niet beweren dat er niets goeds uit voort kan komen, integendeel. Bepaalde zaken zullen zeker van de grond komen, bijvoorbeeld in het mkb, mits de beveiliging optimaal is. Deze concentraties van informatie en dus van mogelijkheden om aan geld te komen, zijn voor kwaadwillenden namelijk een uitgelezen doelwit. Net als een geldautomaat dat voor een skimmer is. Grotere bedrijven zullen de technologie die uit de cloud voortkomt, toepassen in hun eigen gecontroleerde omgeving. Maar dat deden ze in feite al, dus what&rsquo;s new? Rustiger aan doen zit er voor mij voorlopig niet in, mijn vrouw vindt ook dat ik daar twintig jaar te laat mee ben. Ik zal dus een andere manier moeten vinden om van mijn rode vlekken af te komen&hellip; <br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Thu, 15 Apr 2010 14:05:54 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63248/Cloudallergie]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63599/Trapped!"]]></guid>
    <title><![CDATA[Trapped!]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Er staan ingrijpende dingen te gebeuren diep in het binnenste van uw storagesystemen. Tot voor kort gebruikte het bedrijfsleven storage-Fibre Channel voor de back-end. Om precies te zijn: Fibre Channel Arbitrated Loop (FC-AL), het goedkope broertje van de switched Fibre Channel-fabrics die de storage met uw servers verbinden. Dat gaat veranderen. Gartner verwacht dat in 2013 diskdrives met een Fibre Channel-interface van de markt zijn verdwenen. Vanwaar die revolutie? In de tijd dat diskdrives met parallelle SCSI-kabels werden aangesloten, was FC-AL een hele sprong vooruit. Ineens konden er veel meer drives aan één kabel worden geregen. Maar al snel werd duidelijk dat je met tientallen drives aan een kabel veel snelheid verliest en kwetsbaar wordt. De signalen liepen door alle drives heen en dat kost tijd. Bovendien kan een defecte drive alle verkeer blokkeren. Daarom werd de structuur omgezet naar een kleiner aantal drives, die elk met twee poorten aan twee FC-AL-kabels werden gekoppeld.</p>
<p><strong>Prijserosie</strong><br />
Tot zover het technische verhaal. Zakelijk was het voor zowel de diskdrivefabrikanten als de arraymakers interessant dat ze afwijkende drives gebruikten en dus niet blootstonden aan de voortdurende prijserosie die op de open markt heerst. Dat maakte het mogelijk om FC-drives voor vijf tot tien maal de prijs te verkopen van vergelijkbare drives die in de pc-industrie werden gebruikt. Het doet een beetje denken aan de luchtvaart: arriveer vóór zaterdagavond en vertrek erna, en vliegtuigen blijken ineens voor veel minder geld te kunnen opstijgen. Een paar jaar geleden kwam de klad erin. Verschillende klanten (waaronder Google) en systeembouwers (EqualLogic, LeftHand, XIV, Sun) namen standaard SATA-drives en begonnen daar serieuze storagesystemen mee te bouwen. Hun drives kosten meer dan een pc-disk, maar de marge is doorgaans veel bescheidener. Voor de diskfabrikanten is er geen lol meer aan, want de nieuwe partijen kopen natuurlijk scherp in en zijn niet bereid veel meer te betalen dan een pc-fabrikant. Tegenwoordig zoeken diskfabrikanten hun heil in speciale varianten met leuke labels als NS (Nearline Storage) of ES (Enterprise Storage) en opgepoetste specificaties. Terug naar de techniek. De Serial Attached SCSI (SAS)-standaard heeft een hoop aantrekkelijke eigenschappen. Zo is de benodigde apparatuur goedkoper dan het geval is bij FC-AL. En omdat het een volledig geschakeld systeem betreft, is de kans dat een defecte drive een hele &lsquo;loop&rsquo; onklaar maakt afwezig. Daarnaast is de snelheid van de jongste versie met 6 Gbps ruim voldoende. Bovendien gebruikt SAS het volledige SCSI-protocol en dat biedt meer mogelijkheden dan SATA, het goedkope broertje dat in pc&rsquo;s en laptops wordt gebruikt. Allemaal valide argumenten om van FC-AL over te stappen op SAS.</p>
<p><strong>Rattenval</strong><br />
De aankondigingen druppelen al binnen. Storagesystemen die hun performance van 10k- en 15k-RPM-drives moeten hebben, zijn al aangewezen op exclusieve (lees: dure) disks. Moderne systemen die DRAM en flash gebruiken voor snelle transacties, worden nu van SATA overgezet op SAS-drives van 7200 RPM. Voor fabrikanten en leveranciers is dit goed nieuws. Opnieuw kunnen ze de markten voor pc-drives en systeemdrives van elkaar scheiden. Hetzelfde loopwerk krijgt een andere controller (die misschien wel een tientje duurder is) en voilà, de marge kan flink omhoog. Bij Seagate kost een SAS-drive van 1 TB op dit moment 23 procent meer dan een overeenkomstige SATA-drive &ndash; een prijsverschil van dertig euro. Dat is nog redelijk behapbaar, maar het is logisch dat de diskfabrikanten eerst hun klanten naar SAS proberen te lokken. Als zij hun systemen eenmaal hebben omgebouwd, zitten de klanten als ratten in de val: trapped! Vervolgens kan het prijspeil langzaam worden opgetrokken. Ik ben er niet van overtuigd dat de beperkte concurrentie tussen de vier fabrikanten in dit segment (Hitachi, Samsung, Seagate en Western Digital) de prijzen voldoende onder druk zal houden. Als klant moeten we dus scherp blijven. Storage zou een vast percentage van het ICT-budget moeten vormen. De snelle groei van onze opslagbehoefte kan immers aardig worden opgevangen door de prijsdaling (het afgelopen decennium rond de 45 procent per jaar). Spreek bij de aanschaf van een nieuw storagesysteem af dat de projectkorting ook voor latere uitbreidingen zal gelden. Ik heb offertes gezien waarbij, als ik de prijs van de diskarrays aftrok van de prijs van het initiële systeem, de controllers een negatieve prijs hadden. Zijn ze nu helemaal van de ratten besnuffeld!<br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Fri, 12 Mar 2010 15:31:22 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63599/Trapped!]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63251/Dr--Strangelove"]]></guid>
    <title><![CDATA[Dr. Strangelove]]></title>
    <description><![CDATA[<p>For the past couple of years, IDC has been publishing statistics and infographics about the &lsquo;digital data explosion&rsquo;. They seem to pop up in just about every vendor presentation I see. The backstory on this research is that it is sponsored by a vendor of disk storage array technology. No surprise there. The further backstory is that the sponsoring vendor of the IDC research previously sponsored the &lsquo;How Much Information&rsquo; study at the University of California. The Berkeley researchers said there was a digital revolution, but that the vast preponderance of digital data creation did not fall under the domain of business. Mostly, it consisted of MP3s, DVDs, e-books, and so on&mdash;analog media being converted to digital forms, mainly for non-business consumption. <br />
<br />
<strong>FUD</strong><br />
The sponsor didn&rsquo;t like Berkeley&rsquo;s findings because they did not create the &lsquo;fear, uncertainty, and doubt&rsquo; (FUD) rationale the vendor was seeking, so it could encourage business IT folks to buy more enterprise storage capacity. IDC, however, was happy to oblige its customer, the array vendor, with the statistical rationale required to build such a FUD case. IDC projected massive growth in storage spending to meet the coming data deluge and even insisted that with a 300 per cent increase in spending through 2011, most companies would experience a storage gap in which the amount of data being created and stored exceeded the available storage capacity. The whole thing had a sort of Dr. Strangelove feel to it (assuming you are old enough to remember the hilarious exchange about a &lsquo;doomsday machine gap&rsquo;). IDC has been proven wrong in its prognostications. Storage spending has not accelerated, but instead it has decelerated in this recessionary economy. This has not stymied the rate at which data is growing in most companies (a guesstimate at best, given that no one actually measures data growth rates in their firms&mdash;only how much more capacity they are adding year over year, which is not the same thing). Meanwhile, there seems to be no desperate scramble to buy more elbow room for burgeoning bits. Not only did the analyst fail to predict the impact of the recession on storage or data growth, it forgot to consider two dynamics that competent analysts really should think about. One is the corollary of Moore&rsquo;s Law in storage. Since the mid 1980s, storage disk capacity has accelerated at a rate of about 100 per cent every eightteen months. A year and a half from now, a 2.5 or 3.5 inch disk will likely hold double the data which a disk of the same size can hold now. In the past, this amazing trend reflected a string of engineering improvements in platter coating, read&ndash;write-head designs and noise-discrimination technologies that seemed to have no end. <br />
<br />
<strong>Smarter ways </strong><br />
Even when the industry started to grumble about the supposed superparamagnetic barrier to further growth - the concern being that there was a fixed limit to how closely bits could be arranged in a cylinder on the disk before their polarity began causing &lsquo;random bit-flipping&rsquo;- smarter ways were found to arrange the bits themselves. Only a few years ago, the technology for perpendicular magnetic recording (PMR) was introduced, in which the magnetic poles of the bits are arranged perpendicular to the medium rather than parallel to it. It increased drive capacities almost overnight to 1 and 2 TB on a 3.5 inch platter. In January, Fujifilm and IBM announced the application of PMR technology to digital tape, as well as a new BaFe technology for recording media. It will shortly enable cigarette-pack-sized tape cartridges, similar to today&rsquo;s LTO-format tapes, to store up to 44 TB of data. At about the same time, Toshiba announced more breakthroughs that should provide us a disk drive thatwill store an amazing 4 TB per square inch within 36 months. Both of these innovations call into question the veracity of IDC&rsquo;s analytical model. Media capacity growth rates like these put the kibosh on the purported storage gap. We will shortly have enough space for all of our data, including worthless stuff like most industry analyst reports. <br />
<strong><br />
The human factor</strong><br />
The other thing IDC ignored was the human factor. Up to 70 per cent of the data occupying the spinning rust in the world&rsquo;s corporations is either archival grade, orphaned data, copies of copies, or contraband. A bit of data hygiene, storage resource management and archive is really all that is required to prevent Dr. Strangelove&rsquo;s tale of FUD from being realized. In most companies I visit today, folks with hamstrung budgets are actually doing something about their storage junk drawers, starting with the elimination of dupes and dreck. I was delighted to read in InformationWeek recently, because it said that idiotic technologies like array-controller-based deduplication and thin provisioning are not catching fire as previously predicted. These do not address the real problem of data mismanagement at all. Clearly, without these functions and without a budget to buy more capacity during these lean years, IT can be counted upon to find smarter ways of grooming the current storage junk pile and of reducing the volume of junk data. We can again stretch capacity a bit further if we do so. Necessity is the mother of invention, and a recession is a terrible thing to waste. <br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Fri, 12 Mar 2010 14:15:02 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63251/Dr--Strangelove]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63247/Het-outsourcingcircus"]]></guid>
    <title><![CDATA[Het outsourcingcircus]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Outsourcing is op z&rsquo;n retour. Klinkt leuk, zult u zeggen, maar is het ook waar? Eerlijk gezegd weet ik het niet zeker en ik heb er ook geen cijfers over, maar de berichten in de pers liegen er niet om. Zo haalde Aegon onlangs het nieuws omdat men daar weer gaat insourcen, en eerder konden we al lezen dat Robeco, Royal Bank of Schotland (RBS) en Delta Lloyd met hetzelfde bezig zijn. Natuurlijk zijn er ook partijen die de omgekeerde weg bewandelen. APG, voor de crisis nog ABP geheten, maakte onlangs bekend zijn IBM-mainframeactiviteiten naar Atos over te brengen. Daarmee sluit het pensioenfonds een lange rij. Outsourcing is namelijk ooit begonnen met het mainframe (als we de hype rond third-party maintenance eind vorige eeuw even buiten beschouwing laten). Neem het inmiddels overgenomen Nuon. Daar heeft men jaren geleden al besloten het mainframe te outsourcen, en wel naar het voormalige EDS, waarvan de restanten zijn opgeslokt door HP. Daardoor kon men zich richten op de ontwikkeling van nieuwe applicaties op de oh zo goedkope open systemen. Sprookjes zijn immers van alle tijden. <br />
<br />
<strong>Dumpen</strong><br />
Wat overigens meespeelt bij de beslissing te gaan outsourcen, is dat je meteen een aantal van je dure en/of lastige werknemers kunt dumpen. Toch een leuke bijkomstigheid. APG is een van de laatste mainframegebruikers. Alleen een handjevol banken en verzekeringsmaatschappijen werkt nog met deze dinosaurus van de ICT, net als Defensie en de Belastingdienst. Hoewel deze jongens niet snel tot outsourcen zullen overgaan, hebben sommige, zoals Allianz en Equens (het vroegere Interpay), het mainframe inmiddels naar het moederbedrijf overgebracht. Los van de bedrijven die het hele outsourcingcircus de rug toekeren, zijn er aardig wat ontevreden klanten. Sterker nog, we horen nooit iets over klanten die wél tevreden zijn. Dat kan twee redenen hebben: of ze zijn er niet, of de pers is niet in ze geïnteresseerd. Maar het kan ook andersom: soms ziet de outsourcingclub het zelf niet meer ziet zitten. Kennelijk krijgt men het dan niet voor elkaar de juiste SLA te leveren voor de afgesproken prijs. Zo verkocht Ordina BPO de hele handel aan Centric, inclusief het overgebleven personeel. In feite was van een verkoop geen sprake: men legde er geld op toe. En als ik de recente berichtgeving mag geloven, lukt het ook deze partij niet om de juiste SLA te leveren. Zo haalde een geschil met Insinger de Beaufort, onderdeel van BNP Paribas, zelfs de Telegraaf. Intussen is het personeelsbestand van Centric FSS, zoals Ordina BPO nu heet, ook ingekrompen. Dergelijke voorvallen zouden een waarschuwing moeten zijn voor degenen die denken dat de cloud het nieuwe walhalla is. <br />
<br />
<strong>Cloud</strong><br />
De net overleden storageveteraan Tom Clark merkte in het vorige nummer van dit blad op dat nog maar bewezen moet worden of er met de cloud werkelijk sprake zal zijn van besparingen. De ondersteunde infrastructuur moet toch ergens aanwezig zijn en de data moeten beschermd en geback-upt worden met conventionele middelen. Dat lijkt goed aan te sluiten bij wat er momenteel gaande is in de outsourcing. Gelukkig zijn er ook partijen die zich richten op het overnemen van een specifiek onderdeeltje van de bedrijfsvoering, en dat lijkt beter te werken. Honderd procent beschikbaarheid, nul komma nul transactieverlies &ndash; dat zijn cijfers die we slechts voor een klein deel van de bedrijfsvoering nodig hebben. Juist dat laatste stapje van vijf negens naar honderd procent kost onevenredig veel. Als we nu alleen dat kritieke stuk uitbesteden aan een gespecialiseerd bedrijf, kunnen we voor de rest van de operatie met een &lsquo;normale&rsquo; begroting uit de voeten. Ook kiest men er wel eens voor om het uitwijkcenter bij derden te plaatsen. <br />
<br />
<strong>Uitwijk</strong><br />
Gaan we uit van een active/passive-situatie, dan is het hebben van een eigen uitwijk een dure grap. De kans dat je er daadwerkelijk gebruik van maakt, is miniem.&nbsp; Outsourcen van de uitwijk werkt, gesteld dat je gevrijwaard blijft van rampen in de categorie orkaan Katrina. Toen, in 2005, bleken de uitwijkcenters slechts een op de vijf klanten te kunnen helpen. Men had onvoldoende rekening gehouden met een massale toestroom. Een ramp van dergelijke proporties zal zich hier niet zo gauw voordoen. Toch dient zoiets een onderdeel te zijn van elke serieuze risicoanalyse. Want zolang er financiële managers zijn die denken dat outsourcen goedkoper en dus beter is, zijn we ons leven niet zeker. We horen nooit iets over klanten die wél tevreden zijn.<br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Fri, 12 Mar 2010 13:55:35 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63247/Het-outsourcingcircus]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/61897/The-Future-is-Fluid"]]></guid>
    <title><![CDATA[The Future is Fluid]]></title>
    <description><![CDATA[Met een nieuwe website die er niet alleen cool, chique en strak uitziet, maar ook een stuk interactiever is geworden door de toevoeging van extra blogs, filmpjes en tweets, bereidt de firma Compellent ons voor op wat president en CEO Phil Soran <em>The New Era of Fluid Data</em> noemt. Eigenlijk is er niet zoveel nieuws onder de zon, zo legt Soran uit in zijn blog. Automated tiered storage ontwikkelde zich sinds de oprichting van Compellent ruim zeven jaar geleden tot het belangrijkste unique selling point van de challenger uit Minneapolis en is dat in feite nog steeds. Wat wel veranderd is, is de wereld om ons heen. Soran refereert aan de digitale data-explosie, de economische turbulentie, natuurrampen, enzovoorts. Dat concurrenten als NetApp en EMC het maar moeilijk kunnen verkroppen dat ze een achterstand hebben opgelopen, zou onder meer blijken uit het feit dat NetApp&rsquo;s CEO Tom Georgens onlangs geprobeerd heeft het concept van automated tiered storage dood te verklaren. En EMC trachtte vrij laat met de introductie van FAST toch nog een graantje mee te pikken van een markt die de facto door Compellent was aangeboord. Volgens Bruce Kornfeld, vice president of Marketing bij Compellent, is niet het concept van automated tiered storage ten dode opgeschreven, maar is er sprake van <em>The Death of Static Data</em>. Met andere woorden ondernemingen kunnen het zich niet langer veroorloven&nbsp; om grote hoeveelheden statische data op dure storagesystemen te laten staan. Compellent heeft naam gemaakt door inactieve data op een geautomatiseerde manier te verplaatsen tussen SSD, FC, SATA en SAS. En dat zonder dat storagebeheerders daar verder omkijken naar hebben. Compellent's Storage Center&nbsp; (versie 5 inmiddels) staat bekend als een SAN dat nauwelijks aandacht of onderhoud vergt. Een uurtje in de week, hooguit. Of in de woorden van Soran: &ldquo;We believe data should be actively, intelligently managed and moved throughout a business wherever and whenever it&rsquo;s needed. We&rsquo;re out to boldly tell the world an essential truth about data, and that truth is that data needs to be fluid.&rdquo; Onder het motto <em>The Future is Fluid</em> heeft Compellent net op tijd op een slimme manier opnieuw de aandacht op zich gevestigd. Door tal van tevreden klanten aan het woord te laten, maar vooral door ook concrete besparingsmogelijkheden te tonen aan potentiële klanten, kan het&nbsp; bedrijf weer een tijdje vooruit. Voor zover ik nu kan beoordelen, is Fluid Data meer dan een sausje dat over een &lsquo;oud&rsquo; concept is gegoten.&nbsp; Ik moet eerlijk gezegd de whitepaper er nog eens op nalezen. Dat het sexy klinkende concept van Fluid Data op de Nederlandstalige website van Compellent wat knullig is vertaald in &lsquo;Dat zijn vloeibare gegevens&rsquo;, dat mogen we &lsquo;de cowboys uit Eden Prairie&rsquo; eigenlijk niet kwalijk nemen&hellip;<br />]]></description>
    <pubDate>Wed, 24 Feb 2010 23:31:43 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/61897/The-Future-is-Fluid]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63250/The-Insulting-Thing-about-Clouds"]]></guid>
    <title><![CDATA[The Insulting Thing about Clouds]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Early on, cloud folk were seizing upon server virtualization marketing woo to explain what clouds were all about. Server virtualization, at least the VMware version, portends to lift application and operating system software off of the underlayment of commoditized hardware technology, thereby abstracting the hardware infrastructure. That, in turn, is supposed to facilitate more efficient resource utilization, application multi-tenancy, dynamic guest machine movement across physical infrastructure, et cetera, which in turn is supposed to deliver a lot of cost-containment and carbon footprint reduction goodness. The cloud folks took just this hype to the next level: why not detach the entire IT department from thecorporate organization and source all IT resources across the Web? Isn&rsquo;t that the ultimate expression of the virtualization value proposition? What the marketeers aren&rsquo;t saying is that the &ldquo;freedom from proprietariness&rdquo; promised by virtualization-qua-clouds isn&rsquo;t really freedom at all. <strong><br />
<br />
Proprietariness</strong> <br />
In fact, most of the vendors have been working behind the scenes to raise proprietariness to a new level. Look at developments at Oracle, with its pre-integrated Oracle DBMS plus Sun servers plus STK storage &ldquo;solution&rdquo;, or Microsoft and HP with their pre-integrated rigs, or the soon to be announced server-network-storage hardware plus software bundles from Cisco Systems, NetApp and VMware, and you see what I mean. Rather than separating software from underlying commodity hardware, these vendors are working to &ldquo;enable clouds&rdquo; by creating new system stovepipes (I think of them as &ldquo;mainframe mini-me&rsquo;s&rdquo;) that are designed to lock consumers into a particular vendor cadre&rsquo;s combination of proprietary hardware, software and &ldquo;standards&rdquo;. <br />
<br />
<strong>Building block</strong><br />
The idea is that a cloud service provider will then choose one of these rigs and hitch its infrastructure to the associated vendor&rsquo;s star. As the service provider adds more customers, they just add more copies of the preintegrated &ldquo;building block&rdquo; rig of choice. That provides a horizontal scaling model that is cost-effective and manageable, albeit using a common proprietary management interface. The problem with this model is that clouds from different vendors, each based on different cloud rigs, will not work and play well together. A customer who sources different services from different vendors will need to use multiple consoles to monitor SLAs and will still require the services of an IT staff to &ldquo;integrate&rdquo; services so they map to business processes. And, of course, whatever integration the consumer is doing is subject to failures that aren&rsquo;t covered by any SLA with any cloud provider. In theory, the adoption of clouds improves on the current IT paradigm because it eliminates the investments that companies are making in on-premise hardware and software&mdash;especially the energy and administrative labor costs associated with contemporary x86 computing. But, cloud computing is actually just an outsourcing arrangement by another name, with all of the associated problems of business-process-centric management and integration of services and all the same management headaches accrued to dealing with service providers. <br />
<br />
<strong>Interoperability </strong><br />
Ask most cloud vendors about interoperability standards and common management based on open standards like W3C Web Services and REST and you will likely get either a blank stare, or an increasingly common talking point about clouds being &ldquo;too new and innovative&rdquo; for standards. What it is really all about is money. Hardware vendors don&rsquo;t want to eliminate proprietary hardware because it enables them to pad margins on otherwise commodity components. Interestingly, the storage vendors are in a better position than the server folks to abstract all of the value-add software heretofore vested in array controllers into an intelligent software layer, enabling scale both independently of each other. DataCore Software, FalconStor Software, Exagrid, and several others have been doing this successfully for a decade.<br />
<br />
<strong>Vendor-neutral </strong><br />
In DataCore&rsquo;s case, they have just demonstrated that they could build petabyte-size virtual disks from commodity storage. At the same time, they can extend the value-add features that people want to use with their storage across any set of arrays, rather than isolating value-add functions to just one vendor&rsquo;s proprietary rig. This approach seems to be closer to the realization of vendor-neutral clouds than fielding a bunch of application-centric preconfigured systems designed to lock out competitors. What is needed to complete the story is an open management framework, based on Web Services, that will enable the mixing and matching of virtualized storage infrastructures from different cloud services. Anyone who says otherwise is just insulting my intelligence. <br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Fri, 05 Feb 2010 14:13:11 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.storagemagazine.nl/Blogs/63250/The-Insulting-Thing-about-Clouds]]></link>     
</item>   
 </channel>
</rss>
